[Baskenland, Cantabrië, Asturië; 3 weken; Augustus 2015, fietsvakantie; reisverslag]

We hadden de bepakking beneden gelaten, op de camping. We zouden daar toch weer terugkomen. Het eerste stuk begon redelijk vlak in de aanloop naar de Picos. Het landschap is hier wat ruwer, de gebouwen in de wat hoekige Asturias bouwstijl. Voorbij het drukbezochte pelgrimsoord op 200m hoogte zijn we de bergweg ingeslagen: op 1078m liggen een paar mooie meertjes, daar gaan we naartoe. Nu trappen we in de laagste versnelling, het zweet loopt over de rug, met raspende ademhaling blijf ik op de trappers stampen. Een aarzeling en ik zou moeten afstappen, dan kom ik hier niet meer fietsend weg. Een eindje verderop zie ik een verkeersbordje. Langzaam kom ik dichterbij. 15% zegt het bordje. Heel leuk voor een klimmetje met een licht racefietsje, maar ik moet nog wel een dikke trekking fiets omhoogslepen. Na het bordje begint warempel het ritme erin te komen, het gevoel dat je nog wel een paar kilometers verder kan. Voor ons fietst een zwabberende wielrenner. Het blijkt een Belg die uitlegt dat je beter een beetje slingerend omhoog kan, dan leg je meer meters af en is het stijgingspercentage minder. Dan gaat hij vol op zijn gezicht.

Sterkte! roepen we en gaan verder. Eenmaal boven zien we een staalblauw meer schitteren in de middagzon en weten we weer waarom we dit doen: een fantastische sport en je komt nog eens ergens. Hoe kwamen we hier eigenlijk?

We gaan naar Baskenland! Al wat langer speelde het in ons hoofd om hier eens naar toe te gaan maar we houden allebei van droog weer en zon, dat kampeert toch lekkerder. De golf van Biskaje is niet een erg zonzekere bestemming en dit heeft ons hiervan afgehouden. Omdat  vrienden ons zulke goede verhalen over dit gebied vertelden gaan we toch, en kiezen voor de “droogste” maand, Augustus.

In San Sebastian blijkt het bij aankomst te regenen. Niet erg hard weliswaar, maar de straten zijn nat. Het is ook redelijk warm dus erg is het niet en omdat we deze eerste dag toch hadden ingepland om de stad te verkennen trekken we er ons niets van aan en slenteren wat rond. We hebben net een autorit gedaan van 1325 kilometers dus we kunnen wel wat rust gebruiken.

 

De Basken noemen deze stad Donostia. Voor ons als toeristen klinkt Spaans nog wel enigszins bekend, Baskisch is echter totaal onverstaanbaar en we kijken op van vreemde namen op hotels en straatnaambordjes. We kijken binnen in de warm verlichte bars en cafés, overal liggen de hapjes hoog opgetast. Dit gebied schijnt het luilekkerland van Spanje te zijn, en dat blijkt ook wel. Hoogstaand culinair allemaal! Die hapjes die in de rest van Spanje tapas heten worden hier pintxos genoemd, eigenlijk iets groter dan tapas en als je er vier of vijf bestelt kun je er je maaltijd mee doen.

Eigenlijk zoek ik een camping vlak bij de stad waar we voor een paar weken de auto kunnen stallen. ’s Avonds zetten we op een kletsnatte camping de tent op, de volgende dag wordt het weer droog volgens de campingbeheerder. We kunnen hier helaas niet de auto kwijt. De volgende dag zetten we de auto in een woonwijk in een klein kustplaatsje.

Bij andere fietsreizen kozen we ervoor om de fietsen in te pakken en per vliegtuig te gaan, dat is redelijk makkelijk en het schiet natuurlijk behoorlijk op, deze keer kwam het qua vluchten en planning niet goed uit en hebben de auto gepakt. Als het verkeer meezit is het in twee dagen te doen: vanaf Utrecht via Antwerpen – Brussel – Parijs – Tours – Bordeaux – Biarritz – Irun – Donostia (San Sebastian) is het 1325km.

Het weer klaart op en we fietsen de eerste fietsdag langs de kust richting Bilbao. De kust is ruig met kliffen en rotspartijen waar de Atlantische golven op stukspatten met daartussen prachtige strandjes. Dit maakt de route een constante tocht met redelijk steile klimmetjes en afdalingen. Omhoog omlaag omhoog omlaag. Zonder versnellingen kom je er niet. Wat lopen hier toch veel mensen te sjouwen met rugzakken en wandelstokken, o ja: dit maakt deel uit van allerlei St. Jacobsroutes. Regelmatig vragen ze: ook naar Santiago (de Compostella)? Nee, zover gaan we niet.

We zien er zelf ook wel uit als pelgrims: redelijk zwaar bepakte fietsen, voor- en achtertassen en op de bagagedrager een tent. We hebben dan ook alles bij ons, extra kleding voor koude en natte dagen, pannetjes en een brander, bestek en niet te vergeten de perculator!

We hebben deze fietsroute niet van tevoren op de kaart uitgezet of overgenomen van andere fietsers. Het blijkt redelijk gemakkelijk om per dag te kijken hoe en hoe ver je kan fietsen. Er lopen vrij veel rustige weggetjes langs de kust en hier en daar wandelpaden die ook fietsend te doen zijn. Je moet dan wel goed de kaart erbij houden, sommige paden lopen gewoon ergens dood. In de wat grotere plaatsen kun je bij de información turística regionale fiets- en wandelkaarten krijgen. Zelf gebruiken we:

Michelin nr. 573 España Norte 1/250000 País Vasco/Euskadi Navarra La Rioja

Michelin nr. 572 España Noroeste 1/250000 Asturias Cantabria

We naderen Guernica. De stad ligt aan het eind van een lange zeearm een stuk het binnenland in. Deze plaats heeft nu een prachtig centrum. Helaas is van het oude vooroorlogse centrum niets meer over dankzij het bekende bombardement in 1945. Hier drinken we wat op een terrasje in de zon. Het is aardig warm geworden. Het laatste stuk doen we aan de andere kant van die zeearm naar Mundaka. Hier vinden we een camping aan zee met prachtig uitzicht. Het bijbehorende restaurant blijkt enorm druk. Veel ouders met jonge kinderen. Even later begrijpen we ook waarom: de menukaart is wel heel eenvoudig, kip met friet dan wel in kleine, middel of grote porties.

Ruwe rotsen, kliffen en kleine baaien wisselen elkaar af. Soms komen we door een kronkelige weg door donkere bossen. Erg afwisselend allemaal. Her en der zitten er ook vlakke stukken bij. Ook fijn is dat we geregeld door kleine dorpjes komen en altijd is er wel een klein winkeltje of een café. We zitten nooit lang zonder eten of drinken. Op een steile helling naar zee met bijbehorend uitzicht vinden we de eenvoudige camping Sopelana. Dit is een goede uitvalsbasis voor een bezoek aan Bilbao.

Door de buitenwijken en industriegebieden naderen we de stad. Ons eerste doel is het Guggenheim in de bocht van de Ría del Nervión. Museum en binnenstad zijn erg mooi. Het helpt ook dat het een frisse en heldere dag is en dat we anders dan de slierten voortslenterende toeristen vlot met onze fietsjes door het Spaanse verkeer manoeuvreren.

Bilbao is een gigantische stad, daar ben je niet zomaar doorheen. De stad ligt aan een lange zeearm maar je hoeft niet helemaal om te fietsen. Je kan het water over via de Vizkaya brug. Dit is een zweefbrug. Het is een hoge brug, eronder hangt een flinke gondel. aan de ene kant worden de passagiers geladen, lopend of met auto of fiets, de gondel hangt aan kabels aan de brug en glijdt naar de andere kant, waar iedereen er weer af kan. Je moet het hebben meegemaakt om het te geloven.

Over verkeer gesproken: zelfs op de grotere wegen voel ik me veilig. De chauffeurs houden goed afstand en bij inhalen rijden ze met een ruime bocht om ons heen. Heel anders dan in Italië waar automobilisten je het liefst bijna raken en voortdurend toeteren. In Spanje zijn hier zelfs verkeersregels voor: minimaal 1,5 m afstand houden van een fietser. Wel rijden we zoals overal in het buitenland netjes achter elkaar, voor de gezelligheid zou je wel eens naast elkaar willen rijden. Je hebt elkaar tenslotte geregeld wat te vertellen. Hier wachten we mee tot we toch ergens stil moeten staan.

Na een mooie vlakke route zijn we voor Santander. Spectaculair uitzicht over de grote baai met aan de andere kant de skyline van de havenstad. Die stad slaan we overigens wel over: dichterbij gekomen blijkt het een stoffige drukke industriestad.

We fietsen nog een dag door Cantabrië, naar het westen. In de verte doemt het gebergte Picos de Europa op. Vanaf de kust naar de Picos had ik een kronkelige steile weg verwacht. Ik had blijkbaar mijn huiswerk niet goed gedaan want het bleek een vlakke route te zijn die in grote bogen de loop van de rivier volgt. Aan de voet van de Covadonga zetten we onze tent neer. We zijn blijkbaar in Asturias beland, te zien aan de merkwaardige graanschuurtjes op pootjes, de hórreos. Bijna elke boerderij heeft er zo een.

Om alvast te proeven aan het gebergte fietsen we een stukje naar het pelgrimsoord. Het is drukbezocht, duizenden spanjaarden lopen hier rond en het is blijkbaar ook een religieuze beleving te zien aan de vele rozenkransen. Volgens de overlevering is hier in het jaar 722 de reconquista begonnen: de herovering van Spanje op de Moren.

Ondanks dat het Augustus is zien we betrekkelijk weinig toeristen. Er is altijd plaats op de campings en we hoeven nergens in de rij te staan. Vanuit de Picos gaan we weer in oostelijke richting, we willen door het binnenland weer richting San Sebastian. Nog in de Picos komen we langs Cabrales. Hier blijven we een dagje extra, je hoeft niet elke dag te fietsen en dit is een mooie gelegenheid voor een bergwandeling. Grimmige rotspartijen en dreigende wolkenluchten begeleiden de voettocht naar een pittoresk dorpje. Onderweg kijken we geregeld diep de afgrond in.

De volgende dagen fietsen we “uit”, we doen al fietsend en klimmend conditie op en vanuit de Picos terug naar San Sebastian gaat steeds gemakkelijker. Na een tijdje wordt het gebied ook steeds meer van jezelf. We kunnen wat gemakkelijke met Spaans overweg, alleen Baskisch blijft onbegrijpelijk.

Voor rondtrekkende vakantiefietsers is het fijn dat er vrij veel kleine rustige campings zijn. Ik heb niet veel van die grote gezinscampings gezien. Het zal wel met het klimaat te maken hebben, en met de pelgrims. Ook de prijzen vallen erg mee. Eén nacht hebben we een hotelletje genomen, bij Ubiarco. Op loopafstand aan zee ligt een petieterig baaitje met een terrasje waar ze lekkere hapjes serveren.

Terug bij de auto (hij staat er nog!) laden we alles in. Eigenlijk willen we hier helemaal niet weg. We proberen alles samen te vatten maar het lukt nog even niet: hoe vat je een totaalbeleving samen: klimaat, landschap, cultuur, gastronomie, buitensport, kamperen.